ECLI:NL:CRVB:2012:BV1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met gebruik van arbeidsdeskundige functies
Appellant ontving sinds 1985 een WAO-uitkering vanwege rug- en psychische klachten, die in 1995 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%. Het UWV weigerde in 2005 de herziening van de uitkering met ingang van 1998 toe te passen, omdat volgens hen de toegenomen arbeidsongeschiktheid pas in 2004 was ingetreden en niet voldeed aan wettelijke voorwaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. De rechtbank vernietigde dit besluit eveneens en beval een nieuwe beslissing. Bij het bestreden besluit handhaafde het UWV de arbeidsongeschiktheidsklasse, gebaseerd op een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) uit 2008 en een arbeidsdeskundige beoordeling met het Claimbeoordelings- en borgingssysteem (CBBS).
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medische onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de medische grondslag deugdelijk is, maar dat de arbeidsdeskundige beoordeling onvoldoende rekening houdt met de feitelijke beschikbaarheid van functies op de markt in 1998. Omdat het oude Functie Informatie Systeem (FIS) niet meer beschikbaar is, kan niet worden vastgesteld of de functies uit 2008 overeenkomen met die uit 1998. De Raad stelt dat de gevolgen hiervan voor rekening van het UWV komen en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.