ECLI:NL:CRVB:2012:BV0535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens toepassing artikel 43a WAO na toegenomen armklachten
Appellant is in 2002 uitgevallen van zijn werk na een auto-ongeval waarbij hij onder meer een fractuur van de linkeronderarm opliep. Het UWV heeft in 2008 vastgesteld dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Appellant stelde dat zijn beperkingen groter waren en dat het UWV ten onrechte geen WAO-uitkering had toegekend.
De Raad heeft overwogen dat de toegenomen armklachten, die in 2008 werden vastgesteld, niet met zekerheid een andere oorzaak hebben dan het ongeval in 2002. Uit medische rapportages blijkt dat de klachten voortduren en mogelijk verband houden met het ongeval, ondanks operaties en behandelingen. Het UWV heeft onvoldoende bewezen dat er sprake is van een andere oorzaak zoals slijtage van de nek.
Daarom moet het UWV toepassing geven aan artikel 43a van de WAO, dat bepaalt dat bij toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na het einde van de wachttijd een WAO-uitkering moet worden toegekend als de arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak. De Raad draagt het UWV op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarbij een WAO-uitkering moet worden toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met toepassing van artikel 43a WAO.