ECLI:NL:CRVB:2012:BV0191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Betrokkene had in 1999 een aanvraag voor een WAZ-uitkering gedaan die werd afgewezen. In 2008 vroeg zij opnieuw om een WAZ-uitkering met het argument dat haar gezondheidstoestand door het Postpoliomyelitis syndroom (PPS) was verslechterd. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) weigerde terug te komen op het eerdere besluit, omdat de diagnose PPS reeds bekend was bij het eerdere besluit en er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren.
De rechtbank Assen oordeelde echter dat er wel sprake was van nieuwe feiten, omdat de ernst en gevolgen van PPS bij de eerdere beoordeling onvoldoende waren erkend. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval een nieuwe beoordeling.
In hoger beroep stelt appellant dat de diagnose PPS al in 2003 bekend was en dat de rechtbank ten onrechte zelf medische conclusies trok zonder deskundigenonderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft geoordeeld dat sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
De Raad benadrukt dat bij herhaalde aanvragen alleen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden tot herziening kunnen leiden en dat de diagnose PPS reeds bekend was bij het eerdere besluit. Een verdere inhoudelijke toetsing is daarom niet aan de orde.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot weigering van herziening van de WAZ-uitkering wordt ongegrond verklaard.