ECLI:NL:CRVB:2011:BU9025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant ontving vanaf 1996 bijstand als alleenstaande. Na een anonieme melding verrichtte de Afdeling Bijzondere Onderzoeken van de gemeente Rotterdam een uitgebreid onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij dossieronderzoek, waarnemingen, stelselmatige observaties en getuigenverklaringen werden verzameld. Tevens werden appellanten verhoord door sociaal rechercheurs.
Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam trok de bijstand van appellant over de periode van 1997 tot 2009 in en vorderde de kosten terug, mede van appellante. Appellanten voerden aan dat er geen sprake was van samenwoning, dat verklaringen onder druk waren afgelegd en dat observaties onjuist waren geïnterpreteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat de onderzoeksbevindingen een toereikende grondslag bieden voor de conclusie dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden, waarbij zowel het criterium van gezamenlijk hoofdverblijf als wederzijdse zorg werd voldaan. De verklaringen van appellanten zijn consistent en vrij afgelegd. De waarnemingen en observaties ondersteunen deze conclusie.
De Raad wijst het beroep af en bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.