ECLI:NL:CRVB:2011:BU9019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstandsontvanger kunstenares
Appellante, een bijstandsontvanger en kunstenares, was ontheven van haar arbeidsverplichtingen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Groningen om deze ontheffing te herroepen, startte appellante bezwaar- en beroepsprocedures. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken en beperkt zich tot de kern van het geschil.
Een psychodiagnostisch onderzoek door Aob Compaz concludeerde dat plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt niet meer mogelijk is, maar dat een activeringstraject nuttig kan zijn om inkomsten uit haar kunstactiviteiten te genereren. De Raad oordeelt dat een dergelijk traject niet in strijd is met de verleende ontheffing van arbeidsverplichtingen.
Appellante stelde dat ontheffing ook voor een langere periode dan drie jaar had moeten worden verleend, maar de Raad wijst dit af omdat het College reeds een ontheffing voor die termijn heeft gegeven en de wet geen permanente ontheffing toestaat. Hoewel het lang duurde voordat het College de ontheffing verleende, schaadt dit de rechtmatigheid van het besluit niet.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.