ECLI:NL:CRVB:2011:BU8226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Een werkneemster viel uit met schouderklachten en diende een WIA-uitkering aan. Het UWV legde een loonsanctie op aan de werkgever omdat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren, met name in het tweede spoor. De werkgever stelde dat er geen arbeidsmogelijkheden waren en dat het re-integratiebedrijf Capability dit juist had vastgesteld.
De rechtbank oordeelde echter dat de werkgever niet tijdig was gestart met re-integratie en dat de conclusies van Capability adequaat waren, waardoor het besluit van het UWV werd vernietigd. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel herzien en geoordeeld dat de stukken voldoende aantonen dat de werkgever te afwachtend was en dat re-integratiekansen onbenut zijn gebleven.
De Raad vond de conclusie van Capability onvoldoende onderbouwd en benadrukte dat fysieke beperkingen niet automatisch re-integratie in de weg staan. Ook het achteraf toekennen van een WIA-uitkering op andere gronden veranderde hier niets aan. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het UWV ongegrond, waarmee de loonsanctie stand houdt.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard.