ECLI:NL:CRVB:2011:BU7415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van verhoging WAO-uitkering zonder aanvraag op grond van artikel 22 WAO
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd met ingang van 22 oktober 2002 en meldde later toegenomen arbeidsongeschiktheid per 26 juni en 14 september 2004. Deze meldingen leidden niet tot een verhoging van zijn uitkering. Het UWV handhaafde de arbeidsongeschiktheidsklasse op 80 tot 100% en wees de verzoeken om verhoging af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat uit vaste rechtspraak volgt dat voor toepassing van artikel 22 WAO Pro een expliciete aanvraag vereist is. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn meldingen als verzoeken om verhoging moesten worden opgevat, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad oordeelde dat het UWV niet kon afleiden uit de verstrekte informatie dat appellant een beroep deed op artikel 22 WAO Pro. Daarom was het niet gerechtvaardigd om af te wijken van de hoofdregel dat een aanvraag noodzakelijk is. De bestreden besluiten werden dan ook terecht in stand gelaten en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 december 2011.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen omdat geen aanvraag voor toepassing van artikel 22 WAO is gedaan.