ECLI:NL:CRVB:2011:BU5097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als voltijds meewerkend voorman, meldde zich ziek wegens psychische klachten en ontving een WW-uitkering. Het UWV weigerde op 28 mei 2008 een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was vastgesteld. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat zijn belastbaarheid werd overschat vanwege lichamelijke en psychische klachten. Hij overlegde diverse medische verklaringen en een ontheffing van arbeidsverplichting. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de belastbaarheid niet was overschat. De door appellant overgelegde stukken gaven geen aanleiding tot een ander oordeel.
Ook de arbeidskundige rapportages toonden aan dat de belastbaarheid in de geduide functies, inclusief tilbelasting, niet werd overschreden. De Raad zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.