ECLI:NL:CRVB:2011:BU3187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat afbouw toeslag WAO-uitkering Turkse onderdaan in Turkije in strijd is met EU-associatierecht
Betrokkene, een Turkse onderdaan die arbeidsongeschikt werd verklaard in Nederland en een WAO-uitkering ontving, keerde met behoud van toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) terug naar Turkije. De Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) bepaalde een afbouw van deze toeslag vanaf 2000, welke door de rechtbank werd vernietigd wegens strijd met internationale verdragen.
Het UWV beëindigde de toeslag per 1 juli 2003, waarna betrokkene bezwaar maakte. Na prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU oordeelde dit hof dat artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80 rechtstreekse werking heeft en dat de toeslag niet mag worden afgebouwd vanwege het wonen in Turkije.
De Raad oordeelt dat het verschil in behandeling tussen Turkse onderdanen in Turkije en EU-onderdanen in hun land van herkomst niet in strijd is met het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst. Betrokkene heeft geen verblijfsrecht meer in Nederland omdat hij arbeidsongeschikt is en de arbeidsmarkt heeft verlaten, waardoor zijn situatie niet vergelijkbaar is met die van EU-onderdanen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam en vernietigt het nadere besluit van het UWV. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in behandeling genomen en wordt de Staat der Nederlanden als partij in die procedure aangemerkt.
Uitkomst: De toeslag op de WAO-uitkering van betrokkene mag niet worden afgebouwd wegens het wonen in Turkije en het bestreden besluit wordt vernietigd.