ECLI:NL:CRVB:2011:BR4691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum WW-uitkering correct vastgesteld op 1 december 2006
Appellant heeft zijn dienstverband op 27 oktober 2006 met onmiddellijke ingang verloren en vroeg daarop een WW-uitkering aan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde aanvankelijk de uitkering omdat appellant niet eerder dan 1 december 2006 beschikbaar was om arbeid te aanvaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet gehouden kon worden aan zijn eigen opgave op het aanvraagformulier, waarin hij aangaf pas vanaf 1 december 2006 beschikbaar te zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de Werkloosheidswet alleen recht op WW-uitkering bestaat vanaf het moment dat iemand daadwerkelijk beschikbaar is voor arbeid. Appellant had geen feiten aangevoerd die aantonen dat hij voor 1 december 2006 beschikbaar was, mede omdat hij na zijn ontslag op 27 oktober 2006 ziek was en opgenomen in het ziekenhuis.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak dat appellant pas vanaf 1 december 2006 werkloos was en dat de WW-uitkering terecht vanaf die datum is vastgesteld. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De ingangsdatum van de WW-uitkering is terecht vastgesteld op 1 december 2006 en het hoger beroep wordt afgewezen.