ECLI:NL:CRVB:2011:BR4672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Appellant was sinds 22 april 2002 in dienst bij ABN AMRO Bank N.V. en werd op 19 januari 2009 op staande voet ontslagen na een onderzoek door de afdeling Security & Fraud vanwege onregelmatigheden bij kredietverlening aan zichzelf, familieleden en een fictieve persoon. Hij vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV zijn onderzoeksplicht had nageleefd en dat er voldoende bewijs was voor een dringende reden tot ontslag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij onder druk verklaringen had afgelegd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht had besloten de WW-uitkering te weigeren. De Raad vond de gedragingen van appellant ernstig en in strijd met de procedures van de werkgever. Er was geen bewijs van druk tijdens de gesprekken en de omstandigheden zoals leeftijd en dienstverband rechtvaardigden het ontslag. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet.