ECLI:NL:CRVB:2011:BR4666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenbehandelingstelling WW-aanvraag wegens niet-aanleveren gevraagde gegevens
Appellant diende op 29 oktober 2009 een aanvraag in voor een WW-uitkering bij het UWV. Het UWV verzocht appellant meerdere malen om essentiële documenten, waaronder het E 301-formulier, arbeidsovereenkomst, ontslagbewijs en loonstroken van zijn Griekse werkgever, aan te leveren. Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellant deze stukken niet binnen de gestelde termijnen overgelegd.
Het UWV besloot daarom de aanvraag buiten behandeling te stellen. Appellant maakte bezwaar en stelde dat hij de gevraagde stukken al op 24 augustus 2009 had ingediend, maar dit kon niet worden aangetoond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat het op de weg van appellant lag om de gevraagde stukken te overleggen en dat de door hem aangevoerde omstandigheden onvoldoende aannemelijk maken dat hij redelijkerwijs niet in staat was de stukken alsnog te verkrijgen en aan te leveren. Het UWV heeft daarmee terecht gebruikgemaakt van zijn bevoegdheid tot buitenbehandelingstelling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het hoger beroep wordt afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de buitenbehandelingstelling van de WW-aanvraag wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde stukken.