ECLI:NL:CRVB:2011:BR4121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens onvolledige informatieverstrekking bij WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het UWV stelde vast dat zij gedurende bepaalde perioden arbeid verrichtte met economische waarde, waardoor de uitkering moest worden verminderd en teruggevorderd. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet volledig verstrekken van informatie over haar werkzaamheden.
Appellante werkte als gastvrouw/bedrijfsleidster bij een kamerverhuurbedrijf en was regelmatig aanwezig, waarbij zij minimaal 8 uur per week arbeid verrichtte die loonwaarde had. De Raad oordeelde dat appellante zowel objectief als subjectief verwijtbaar handelde door niet alle relevante uren aan het UWV te melden, ondanks haar persoonlijke omstandigheden.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat haar gezondheidstoestand een dringende reden vormde om van terugvordering af te zien. Ook vond de Raad de opgelegde boete van €340,- een proportionele sanctie. De uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd, waarbij de terugvordering en boete gehandhaafd blijven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de WAO-uitkering en de opgelegde boete wegens onvolledige informatieverstrekking.