ECLI:NL:CRVB:2011:BR1078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- R.L. Rijnen
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn afgewezen, proceskostenveroordeling opgelegd
Betrokkene stelde een verzoek om schadevergoeding in wegens de overschrijding van de redelijke termijn van tien maanden door de Staat, conform artikel 6 EVRM Pro. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de overschrijding had plaatsgevonden en dat de Staat een schadevergoeding van € 1000,- verschuldigd was, welke reeds was betaald.
Het geschil betrof uitsluitend de proceskosten die betrokkene maakte in verband met deze schadevergoeding. De Staat stelde dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was omdat het geschil direct onder het beroep viel en er geen extra kosten waren gemaakt. Betrokkene meende echter dat vergoeding van proceskosten wel gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat betrokkene geen procesbelang had bij het verzoek tot proceskostenvergoeding, waardoor dit verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard. Tegelijkertijd stelde de Raad vast dat bepaalde proceshandelingen van de gemachtigde van betrokkene voor vergoeding in aanmerking kwamen en veroordeelde de Staat tot betaling van € 437,- aan proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter H.J. Simon en griffier R.L. Rijnen op 8 juli 2011.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn niet-ontvankelijk verklaard; Staat veroordeeld tot betaling van € 437,- proceskosten.