ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAZ-uitkering op grond van fiscale keuze inkomsten
Appellant, een zelfstandig garagehouder, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herberekende de uitkering over 2004 en 2005 op basis van het door appellant genoten inkomen uit arbeid en stelde een fictieve arbeidsongeschiktheid vast van 35-45%.
Appellant voerde aan dat hij geen werkzaamheden verrichtte vanwege zijn gezondheid en dat de situatie in 2004 en 2005 niet verschilde van 2006, toen geen winstaandeel werd uitgekeerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de fiscale keuze van appellant doorslaggevend is bij de beoordeling van inkomsten uit arbeid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze lijn en stelt dat de in de belastingaangifte opgegeven winstaandeel als inkomsten uit arbeid moet worden beschouwd, tenzij bijzondere omstandigheden dit anders maken. De Raad acht geen bijzondere omstandigheden aanwezig en wijst het beroep af. Ook het beroep op het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel wordt verworpen. De terugvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de WAZ-uitkering op basis van de fiscale winstopgave van appellant.