ECLI:NL:CRVB:2011:BQ9173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende toename medische beperkingen
Appellante, arbeidsongeschikt sinds 2002 na een verkeersongeval, verzocht in 2006 om herziening van haar WAO-uitkering wegens vermeende toename van klachten na een tweede aanrijding. Het UWV weigerde de herziening omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid het gevolg zou zijn van een andere ziekteoorzaak dan de oorspronkelijke. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen niet waren toegenomen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en verwees naar medische stukken die een toename van beperkingen zouden aantonen. De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, inclusief onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts die ook aanvullende medische informatie had betrokken. De Raad vond de medische onderbouwing voldoende en concludeerde dat er geen toename van beperkingen was.
De Raad vernietigde echter het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank omdat het UWV pas in hoger beroep een voldoende motivering gaf. De rechtsgevolgen van het besluit blijven ongewijzigd. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.