ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WW-uitkering wegens ontslag zonder dringende reden niet gerechtvaardigd
Appellant, een militair in opleiding tot Specialist Luchtverkeersbeveiliging, werd eervol ontslagen wegens het niet voldoen aan opleidingseisen en een vermeende vertrouwensbreuk door het doorsturen van e-mails naar een privé-adres. Het UWV kende aanvankelijk een WW-uitkering toe, maar trok deze later in wegens verwijtbare werkloosheid op grond van een dringende reden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het gedrag van appellant een vertrouwensbreuk veroorzaakte die ontslag rechtvaardigde. In hoger beroep betoogde appellant dat het ontslag eervol was en het incident met de e-mails niet de doorslaggevende ontslagreden was.
De Raad oordeelde dat hoewel het doorsturen van vertrouwelijke e-mails een objectief dringende reden kan zijn, de werkgever niet tijdig actie heeft ondernomen en lange tijd wachtte met het ontslagbesluit. Hierdoor ontbrak de subjectieve dringendheid van het ontslag. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit tot intrekking van de WW-uitkering, herstelde de toekenning van de uitkering en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de WW-uitkering wordt vernietigd omdat het ontslag geen dringende reden bevatte en appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden.