ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8204
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvordering WW-uitkering wegens te late indiening
Appellant maakte bezwaar tegen een terugvordering van €12.958,68 door het UWV, maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken was begonnen op 14 november 2009 en eindigde op 28 december 2009. Hoewel appellant stelde dat hij het bezwaarschrift op 21 december 2009 had verzonden, ontving het UWV dit pas op 8 februari 2010.
Appellant voerde aan het besluit van 13 november 2009 niet te hebben ontvangen, maar verwees expliciet naar het kenmerk van dat besluit in zijn bezwaarschrift, waardoor ontvangst werd aangenomen. De ontvangstbevestiging van 28 december 2009 betrof een ander bezwaar tegen een boete, niet het bezwaarschrift tegen de terugvordering.
De Raad stelde dat de enkele stelling dat het bezwaarschrift ter post is bezorgd onvoldoende is zonder aannemelijk bewijs. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift tijdig was verzonden. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde deze uitspraak. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van de WW-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.