ECLI:NL:CRVB:2011:BQ8169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering passend werk leidt tot ontslag en weigering WW-uitkering
Appellante was werkzaam als medewerker schoonmaakonderhoud en meldde zich ziek met rugklachten. Na medisch advies bood de werkgever haar aangepaste lichte werkzaamheden aan, die zij weigerde te verrichten. De werkgever schortte daarop de loonbetaling op en deed meerdere passende werk-aanbiedingen, die appellante deels weigerde of slechts kort verrichtte.
Vervolgens werd appellante uitgenodigd voor re-integratiegesprekken, waarvoor zij niet verscheen zonder geldige reden. De werkgever sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens dringende reden, namelijk het stelselmatig niet meewerken aan re-integratie. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 januari 2009 wegens het weigeren van passende arbeid.
Appellante vroeg een WW-uitkering aan, die het UWV geheel en blijvend weigerde wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank handhaafde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit wegens onvolledige motivering en onvoldoende zorgvuldige voorbereiding. De Raad oordeelde echter dat het niet verschijnen op het re-integratiegesprek, in combinatie met de voortdurende weigering passend werk te verrichten, een dringende reden voor ontslag vormde.
De Raad stelde vast dat de aangeboden werkzaamheden passend waren en dat appellante geen medische gronden had aangevoerd om het werk of de reis per openbaar vervoer te weigeren. De sanctie van looninhouding was onvoldoende effectief, waardoor het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen een dringende reden opleverde. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid door weigering passend werk en re-integratie, en het ontslag op staande voet wordt bevestigd.