ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, laatstelijk werkzaam als schilder, meldde zich ziek per 9 januari 2006 met lichamelijke en psychische klachten. Na geneeskundig en arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld dat appellant niet geschikt was voor zijn eigen functie, maar wel voor andere gangbare arbeid met een verlies aan verdiencapaciteit van 42,71%. Het UWV kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35-80%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beoordeling en stelde dat zijn beperkingen niet juist waren ingeschat, met name op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren en cognitieve stoornissen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep bracht appellant een psychiatrisch rapport in dat een ongedifferentieerde somatoforme stoornis en cognitieve stoornis stelde. De door de Raad benoemde onafhankelijke deskundige Kemperman concludeerde echter dat er geen psychiatrische stoornis volgens DSM IV was vast te stellen op de datum van beoordeling. De Raad volgde het oordeel van Kemperman, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.