ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante vordert in hoger beroep een WIA-uitkering, nadat het UWV bij besluit van 26 november 2008 had vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt, waardoor geen recht op uitkering bestaat.
Zowel de medische als arbeidskundige beoordeling van het UWV worden door appellante betwist, met name de geschiktheid van de functies waarop de schatting is gebaseerd en het ontbreken van recente medische informatie van haar behandelend artsen.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling voldoende is onderbouwd, waarbij ook nekklachten en het revalidatietraject zijn betrokken, en dat de geselecteerde functies passend en actueel zijn. De Raad vernietigt het besluit en de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit intact. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.