ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit UWV wegens onjuist bedrag en toekenning schadevergoeding
Appellant werd geconfronteerd met een terugvordering van onverschuldigd dubbel betaald ziekengeld door het UWV over de periode van oktober 2005 tot november 2006. Na bezwaar en diverse besluiten stelde de rechtbank het eerdere besluit deels buiten toepassing, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat het door appellant terugbetaalde bedrag volgens het UWV € 3.620,- bedroeg, met een restant terugvordering van € 696,43. Tijdens de zitting werd bevestigd dat nog € 147,87 in mindering gebracht moest worden, waardoor het correcte terug te vorderen bedrag € 548,56 netto is. Omdat dit bedrag niet overeenkwam met het besluit van 8 februari 2011, werd dat besluit vernietigd.
Verder wees de Raad het verzoek van appellant om vergoeding van fiscale schade af, omdat dit niet onderdeel was van de besluitvorming. Ook werd het beroep tegen het besluit van 2 juli 2009 niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit besluit was vervangen door het latere besluit van 8 februari 2011.
De Raad oordeelde dat de redelijke termijn van vier jaar in deze procedure was overschreden en veroordeelde het UWV tot betaling van € 500,- aan schadevergoeding aan appellant. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van 8 februari 2011 wordt vernietigd en het terug te vorderen bedrag vastgesteld op € 548,56, met toekenning van € 500,- schadevergoeding aan appellant.