ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens onverschoonbare termijnoverschrijding bij WW-uitkering
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WW-uitkering met 25% werd gekort voor vier maanden. Hij diende het bezwaarschrift echter niet binnen de wettelijke termijn van zes weken in. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn chronische leukemie en de mentale impact daarvan hem belemmerden om tijdig bezwaar te maken. De Raad stelde vast dat appellant zijn gezondheidstoestand destijds niet zodanig was dat hij niet, eventueel met hulp, tijdig bezwaar kon maken.
Ook het feit dat appellant de administratie deels aan zijn zoon had uitbesteed en het besluit te laat had opgemerkt, lag in zijn risicosfeer en kon de termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.