ECLI:NL:CRVB:2011:BQ5080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit en proceskostenveroordeling in WIA-uitkeringszaak
Appellant ontving sinds april 2006 een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV verlaagde de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug over de periode oktober 2006 tot januari 2008. Tevens legde het UWV een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de herziening van de uitkering en dat het terugvorderingsbesluit terecht was genomen. Ook werd de boete gehandhaafd. In hoger beroep stelde appellant dat wel bezwaar was gemaakt en dat op grond van een psychiatrisch rapport matiging van de terugvordering of afzien daarvan gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat geen bezwaar tegen de herziening was gemaakt, waardoor dit besluit vaststaat. De door appellant aangevoerde gezondheidsredenen gaven geen aanleiding tot het aannemen van dringende redenen om af te zien van terugvordering. Wel stelde het UWV ter zitting dat de boete niet gehandhaafd kon blijven. De Raad vernietigde daarom het boetebesluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; de terugvordering blijft gehandhaafd.