ECLI:NL:CRVB:2011:BQ4319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 7 april 2008 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het besluit.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven tot een andere beoordeling en dat de functies medisch passend waren. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank.
Het beroep tegen het besluit over de re-integratievisie werd eveneens ongegrond verklaard, omdat dit afhankelijk was van het oordeel over de intrekking van de WAO-uitkering. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en de re-integratievisie worden bevestigd.