ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag traplift voor woningaanpassing na verhuizing zonder andere belangrijke reden
Appellant, rolstoelafhankelijk door een neurologische aandoening, vroeg een traplift aan voor zijn nieuwe woning vanwege zijn verhuizing van een gelijkvloers appartement naar een woning met een inpandige trap.
Het College wees de aanvraag af omdat de verhuizing niet gebaseerd was op een andere belangrijke reden in de zin van artikel 20, aanhef en onder a, van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk 2007 (Vmo). Appellant stelde dat zijn wens voor een groter gezin een dergelijke reden vormde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de omstandigheden van appellant onvoldoende vergelijkbaar zijn met de in de Vmo genoemde situaties die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad wees er tevens op dat uitzonderingen mogelijk zijn na overleg en toestemming, maar dat appellant niet voor dat traject had gekozen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag voor een traplift is terecht afgewezen omdat de verhuizing niet gebaseerd is op een andere belangrijke reden zoals bedoeld in artikel 20 Vmo.