ECLI:NL:CRVB:2011:BQ1127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- W.F. Claessens
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij uitstel betalingsverplichtingen
Appellante had bijstand ontvangen in de vorm van een geldlening volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Zij verzocht om uitstel of verlaging van haar betalingsverplichtingen, waarop het College uitstel verleende tot 31 juli 2007 en later impliciet tot het eerste kwartaal van 2008.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 6 november 2007 niet-ontvankelijk omdat appellante geen procesbelang meer had, gezien het uitstel en het ontbreken van aannemelijke schade. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel schade had geleden door gemaakte proceskosten.
De Raad oordeelde dat het procesbelang ontbrak en dat het belang niet lag in het verkrijgen van een proceskostenveroordeling, aangezien de rechter bevoegd is proceskosten toe te kennen ook als het beroep ongegrond is. Een verzoek op grond van artikel 8:73 Awb Pro was niet gedaan. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het ontbreken van procesbelang.