ECLI:NL:CRVB:2011:BQ0477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens onbekende verblijfplaats en doorzendplicht
Verzoekers, meerderjarige vreemdelingen van Chinese nationaliteit, dienden aanvragen in voor bijstandsuitkering op grond van de WWB. Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af omdat verzoekers hun feitelijke verblijfplaats niet bekendmaakten, waardoor het College niet kon bepalen welk bestuursorgaan bevoegd was.
De rechtbank verklaarde de beroepen van verzoekers ongegrond, waarna verzoekers hoger beroep instelden bij de Centrale Raad van Beroep. Zij stelden dat het College de doorzendplicht uit artikel 2:3 Awb Pro had geschonden door de aanvragen niet door te sturen naar centrumgemeenten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het College niet kon worden verplicht de aanvragen door te zenden omdat verzoekers hun verblijfplaats niet bekendmaakten. Ook het betoog dat het College zichzelf bevoegd moest achten faalde omdat de WWB geen dergelijke regeling kent. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de verzoeken om voorlopige voorzieningen werden afgewezen.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.