ECLI:NL:CRVB:2011:BP4777
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wegens niet-nakoming doorzendplicht bij aanvraag bijstand
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, diende op 27 januari 2009 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af op 26 februari 2009, en verklaarde het bezwaar hiertegen op 4 juni 2009 ongegrond. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit op 25 augustus 2009 wegens onzorgvuldigheid en beval het College een nieuw besluit te nemen.
Het College nam op 24 februari 2010 een nieuw besluit, wederom afwijzend, omdat verzoeker niet duidelijkheid had verschaft over zijn feitelijke verblijfplaats, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Verzoeker stelde dat het College de doorzendplicht uit artikel 2:3 Awb Pro had geschonden door zijn aanvraag niet door te zenden naar een bevoegde centrumgemeente.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker zijn feitelijke verblijfplaats niet bekend had gemaakt, ondanks uitdrukkelijke verzoeken daartoe. Hierdoor kon het College niet beoordelen welk bestuursorgaan bevoegd was de aanvraag te behandelen en was het niet verplicht de aanvraag door te zenden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd, omdat het hoger beroep niet kennelijk onredelijk was.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.