ECLI:NL:CRVB:2010:BO9539
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- O.L.H.W.I. Korte
- N.M. van Gorkum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens ontbreken feitelijke verblijfplaats
Verzoeker, een meerderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, diende op 19 maart 2009 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning en op 30 maart 2009 een aanvraag voor bijstand bij het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het College wees de aanvraag af omdat verzoeker zijn feitelijke verblijfplaats niet had opgegeven, waardoor het College niet kon vaststellen welk bestuursorgaan bevoegd was.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen het bezwaarbesluit ongegrond en wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. Verzoeker stelde in hoger beroep dat het College de doorzendplicht uit artikel 2:3 Awb Pro had geschonden door zijn aanvraag niet door te zenden naar een centrumgemeente.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het College niet kon voldoen aan de doorzendplicht omdat verzoeker zijn feitelijke verblijfplaats niet had gemeld. Hierdoor was het College niet in staat te bepalen welk bestuursorgaan bevoegd was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens het niet bekendmaken van de feitelijke verblijfplaats door verzoeker.