ECLI:NL:CRVB:2011:BP8112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten budgetbeheer wegens onvoldoende noodzaak en ongelijkheidsbeginsel
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van budgetbeheer vanaf 1 april 2007, maar het College van burgemeester en wethouders van Venlo wees deze af omdat de noodzaak niet was aangetoond. De rechtbank vernietigde het besluit van het College, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat budgetbeheer noodzakelijk was.
In hoger beroep stelde appellante dat het budgetbeheer verplicht was opgelegd in het kader van een schuldsaneringsregeling en dat het College het gelijkheidsbeginsel schond door voor beschermingsbewind wel bijzondere bijstand toe te kennen, maar niet voor budgetbeheer. De Raad oordeelde dat beschermingsbewind en budgetbeheer verschillende rechtsregimes betreffen en dat het College bij budgetbeheer de noodzaak moet aantonen.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt waarom de bestaande begeleiding niet volstond en wees op het ontbreken van een budgetplan. Ook was er onduidelijkheid over de volmacht en de datum van het opgelegde budgetbeheer. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen gelijke gevallen waren aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden oordeel en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van budgetbeheer wordt afgewezen omdat de noodzaak niet aannemelijk is gemaakt en het gelijkheidsbeginsel niet slaagt.