ECLI:NL:CRVB:2011:BP7933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WIA-uitkering ondanks fouten UWV
Appellante ontving naast een Ziektewet-uitkering (ZW) ook een WIA-uitkering, terwijl zij daar geen recht op had. Het UWV heeft later vastgesteld dat de WIA-uitkering onverschuldigd was betaald en heeft dit bedrag teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat zij niet wist en ook redelijkerwijs niet kon weten dat de WIA-uitkering ten onrechte werd uitbetaald, mede vanwege de ingewikkeldheid van de regelgeving en het feit dat het UWV niet terugbelde na een telefonisch verzoek om informatie. De Raad oordeelde echter dat appellante redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zij teveel uitkering ontving, vooral toen zij in december 2007 grote bedragen ontving zonder verklaring.
De Raad benadrukte dat terugvordering van onverschuldigde uitkeringen dwingend is voorgeschreven en dat fouten van het UWV of vertraging in het ontdekken daarvan geen dringende reden vormen om van terugvordering af te zien. Wel zal bij invordering rekening worden gehouden met de financiële positie van appellante en de beslagvrije voet.
De Raad wees ook op het feit dat appellante niet mocht afleiden uit het niet terugbellen van het UWV dat zij recht had op de dubbele uitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigde WIA-uitkering wordt bevestigd en appellante moet het bedrag terugbetalen.