ECLI:NL:CRVB:2011:BP6231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en hoofdverblijf
Betrokkene 1 ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een onderzoek van de sociale recherche werd vastgesteld dat zij vanaf november 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene 2. Appellant trok daarop de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat betrokkenen hetzelfde hoofdverblijf hadden en vernietigde de besluiten. In hoger beroep stelde de Raad vast dat ondanks inschrijving op verschillende adressen, betrokkenen feitelijk samenwoonden, zoals blijkt uit verklaringen aan de sociale recherche.
De Raad oordeelde verder dat er sprake was van wederzijdse zorg, ondanks het ontbreken van gezamenlijke rekeningen, en dat betrokkene 1 de inlichtingenverplichting had geschonden. Hierdoor was het intrekken en terugvorderen van bijstand op grond van de WWB terecht.
De Raad vernietigde het bestreden vonnis wegens procedurele fouten bij de adviescommissie, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven. De proceskosten werden niet aan betrokkenen opgelegd.
Uitkomst: De bijstand is terecht ingetrokken en teruggevorderd omdat betrokkenen een gezamenlijke huishouding voerden met hetzelfde hoofdverblijf.