ECLI:NL:CRVB:2011:BP5138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt juiste vaststelling WIA-dagloon zonder garantiebepaling
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 17 van Pro het Dagloonbesluit, dat een garantiebepaling bevat voor het WW-dagloon, ook van toepassing is op het WIA-dagloon. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn WIA-dagloon door appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, omdat hij meende dat het dagloon hoger had moeten zijn volgens artikel 17.
De rechtbank Haarlem had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen, met als overweging dat artikel 17 ook Pro op het WIA-dagloon van toepassing zou moeten zijn. Appellant stelde echter dat artikel 17 uitsluitend Pro ziet op het WW-dagloon en dat een garantiebepaling voor het WIA-dagloon bewust is achterwege gelaten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit standpunt. Uit de tekst van artikel 17, de toelichting bij het Dagloonbesluit en een brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bleek dat het WIA-dagloon anders wordt berekend dan het WW-dagloon, waarbij het loon uit alle dienstbetrekkingen in het refertejaar wordt meegenomen. De Raad oordeelde dat het aan de wetgever is om eventuele onredelijke gevolgen van deze systematiek te verhelpen.
Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.