ECLI:NL:CRVB:2011:BP5039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na verlies BOA-bevoegdheid
Betrokkene was werkzaam als hoofdconducteur bij NS Reizigers BV en beschikte over een BOA-bevoegdheid. Deze bevoegdheid werd ingetrokken door de minister van Justitie vanwege betrouwbaarheidsoverwegingen, mede ingegeven door privéhandelingen van betrokkene die geen relatie hadden met zijn werk. Hierdoor verloor betrokkene zijn functie en werd hij werkloos.
Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, stellende dat betrokkene verwijtbaar had gehandeld door het verlies van zijn BOA-bevoegdheid. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat het gedrag van betrokkene in de privésfeer niet als verwijtbaar jegens de werkgever kan worden aangemerkt, hoewel het wel leidde tot het verlies van zijn functie. Hierdoor was sprake van overtreding van artikel 24, onderdeel b, ten derde, van de WW, wat leidt tot blijvende weigering van de uitkering op grond van artikel 27, tenzij sprake is van verminderde verwijtbaarheid, wat hier niet is gebleken.
De Raad vernietigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd, het beroep wordt gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.