ECLI:NL:CRVB:2010:BO8115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellant was sinds 2 december 2002 werkloos en ontving een WW-uitkering. Het UWV legde hem meerdere malen een maatregel op waarbij zijn uitkering werd verlaagd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode van juli 2008 tot januari 2009. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deze werden ongegrond verklaard door het UWV en later door de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn leeftijd, medische beperkingen en de arbeidsmarktsituatie het onmogelijk maakten passende functies te vinden, waardoor hem geen verwijt kon worden gemaakt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellant niet had aangetoond dat er geen geschikte vacatures waren en dat hij ook onvoldoende open sollicitaties had verricht.
De Raad stelde vast dat de re-integratievisies, waarin de sollicitatieverplichtingen waren vastgelegd, rechtens bindend waren omdat appellant geen bezwaar had gemaakt. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid, was de maatregel terecht opgelegd. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en handhaafde de verlaging van de uitkering.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten wordt bevestigd.