ECLI:NL:CRVB:2010:BO7872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep CAK wegens onvoldoende procesbelang bij compensatie eigen risico
Betrokkene diende eind 2008 bij CAK een aanvraag in voor compensatie van het eigen risico over 2008, welke door CAK werd afgewezen. CAK verklaarde het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit in februari 2009 kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:46 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. CAK stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd, en dat de gegevens van Vektis de afwijzing rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep van CAK zich richtte tegen de vernietiging van het besluit, maar niet tegen de bepaling dat de rechtsgevolgen in stand blijven. De Raad stelde ambtshalve vast dat CAK onvoldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling omdat het geen resultaat kan bereiken dat voor hem feitelijk betekenis heeft. Op grond van vaste jurisprudentie is een louter formeel belang onvoldoende.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en legde een griffierecht van €448,-- op. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter R.M. van Male op 15 december 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep van CAK wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende procesbelang.