ECLI:NL:RBUTR:2011:BP3807
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Binsbergen
- J.M. Willems
- J.W. Veenendaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van disciplinaire ontslagmaatregel wegens ernstig plichtsverzuim en bedreiging leidinggevende
Eiser, een ambtenaar werkzaam als geluids- en podiumtechnicus, werd aanvankelijk onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder bedreiging van een P&O-adviseur en een collega. Na bezwaar werd dit omgezet in voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank vernietigde dit besluit, waarna een nieuw besluit werd genomen met opnieuw voorwaardelijk strafontslag. Tevens werd het voorwaardelijk ontslag op een later moment met onmiddellijke ingang ten uitvoer gelegd, en subsidiair onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens herhaald plichtsverzuim.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich op 5 augustus 2008 wederom intimiderend en bedreigend had gedragen jegens zijn directeur en anderen, wat ernstig plichtsverzuim opleverde. Medische argumenten van eiser werden door de bedrijfsarts en rechtbank niet voldoende geacht om het plichtsverzuim niet-toerekenbaar te verklaren. De rechtbank vond de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag proportioneel gezien de ernst van het gedrag en de eerdere waarschuwing.
Het beroep tegen het besluit van 16 september 2009 werd ongegrond verklaard, waarmee het onvoorwaardelijk ontslag in stand bleef. Het beroep tegen het besluit van 14 april 2010 werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang, omdat het eerdere onvoorwaardelijke ontslag reeds was bevestigd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het onvoorwaardelijk ontslag is ongegrond verklaard en het beroep tegen het voorwaardelijk ontslag niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.