ECLI:NL:CRVB:2010:BO7441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over bijstand en in aanmerking nemen giften als middelen
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Venlo over de vaststelling van haar recht op bijstand en betaalbaarstelling over diverse maanden tussen 2000 en 2004. Het College had vastgesteld dat het recht op bijstand over mei 2004 niet kon worden vastgesteld vanwege ontbrekende bankafschriften en had giften en leningen die appellante ontving als middelen meegerekend bij de vaststelling van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat zij het volledige bankafschrift over mei 2004 had verstrekt, waardoor het recht op bijstand over die maand niet kon worden vastgesteld. Tevens werd geoordeeld dat de leningen en giften, ondanks de stelling dat deze terugbetaald moesten worden, terecht als middelen zijn meegerekend omdat de verklaringen geen afdwingbare terugbetalingsverplichting bevatten.
De Raad verwees naar artikel 44 van Pro de Algemene bijstandswet (tot 2004) en artikel 31 van Pro de Wet werk en bijstand (vanaf 2004) en concludeerde dat het College in redelijkheid de giften tot de middelen heeft gerekend. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.