ECLI:NL:CRVB:2010:BO7216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na zelf ontslag nemen
Appellant trad op 11 augustus 2008 in dienst als taxichauffeur en beëindigde het dienstverband op 22 september 2008. Hij vroeg een WW-uitkering aan, maar gaf aan zelf ontslag te hebben genomen vanwege niet ontvangen loon. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij op staande voet was ontslagen omdat hij niet kon reizen door niet-betaling van loon.
De Raad oordeelde dat appellant zelf het dienstverband had beëindigd en dat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden het dienstverband voort te zetten. Ten tijde van ontslag was er geen achterstallig loon. Hoewel appellant een voorschot vroeg vanwege gebrek aan geld voor benzine, was er geen sprake van een situatie waarin de werkgever verplicht was een voorschot te verstrekken. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden en geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door zelf ontslag te nemen zonder dat dit noodzakelijk was.