ECLI:NL:CRVB:2010:BO6180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herstel van WW-uitkering na onterechte weigering wegens vermeend eigen ontslag bij verhuizing
Appellante was in dienst bij een stichting die personen met een bijstandsuitkering detacheren. Na haar verhuizing naar Eindhoven weigerde het UWV haar WW-uitkering omdat zij volgens het UWV zelf ontslag had genomen zonder noodzaak. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, stellende dat de verhuizing een persoonlijke keuze was en het ontslag verwijtbaar.
In hoger beroep stelde appellante dat de werkgever het initiatief tot beëindiging nam en dat er geen sprake was van verwijtbare werkloosheid. De Raad oordeelde dat de dienstbetrekking noch door appellante, noch op haar verzoek was beëindigd. Het UWV had onvoldoende onderzoek gedaan en had ten onrechte een maatregel opgelegd op grond van artikel 27 WW Pro.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen, inclusief een beslissing over schadevergoeding en kosten van rechtsbijstand. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en gelast het nemen van nieuwe besluiten met vergoeding van proceskosten aan appellante.