ECLI:NL:CRVB:2010:BO4726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige beoordeling medische beperkingen en belastbaarheid
Appellant, sinds 1997 arbeidsongeschikt wegens psychische en lichamelijke klachten, kreeg een WAO-uitkering die in 2006 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Deze herziening was gebaseerd op een rapport van een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige die functies aanwezen die appellant met zijn beperkingen zou kunnen vervullen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond na een advies van een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, mede op basis van een deskundigenrapport van psychiater Droogleever Fortuyn, die twijfels uitte over de psychische klachten van appellant maar de belastbaarheid en geschiktheid voor de functies onderschreef.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen waren onderschat en dat hij de functies niet kon vervullen. De Raad concludeerde echter dat appellant geen nieuwe feiten of gegevens had aangevoerd die het eerdere oordeel konden ondermijnen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de herziening van de WAO-uitkering terecht was vastgesteld op basis van de juiste medische en arbeidskundige inzichten.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.