ECLI:NL:CRVB:2010:BO4571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R.C. Stam
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking van WAO-uitkering wegens niet nakomen inlichtingenplicht
Betrokkene ontving sinds 1988 een WAO-uitkering, die in 2002 werd herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na het niet tijdig aanleveren van jaarstukken over 2004 trok het UWV de uitkering per 1 januari 2004 in op grond van artikel 36a WAO. Betrokkene leverde de stukken pas op 3 april 2007 in, waarna het UWV de uitkering per die datum hervatte met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%.
De rechtbank had echter geoordeeld dat de uitkering per 1 januari 2006 hersteld moest worden op basis van een onjuiste wettelijke grondslag en vernietigde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht het intrekkingsbesluit handhaafde, omdat de herziening van de uitkering vóór 3 april 2007 niet mogelijk is zonder wettelijke of buitenwettelijke basis.
De Raad bevestigt dat het beleid van het UWV om na het verstrijken van de bezwaartermijn terug te komen op intrekkingsbesluiten bij alsnog nakomen van de inlichtingenplicht buitenwettelijk en begunstigend is, en slechts terughoudend door de rechter wordt getoetst. In deze zaak is het beleid consistent toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft gehandhaafd.