ECLI:NL:CRVB:2010:BO2869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt ongeschiktheid betrokkene voor eigen werk en vernietigt besluit beëindiging WAO-uitkering
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om haar WAO-uitkering te beëindigen per 25 januari 2006, omdat zij volgens het UWV geschikt werd geacht voor haar eigen werk als docente Nederlands. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, omdat zij niet overtuigd was dat betrokkene geschikt was voor haar werk. De rechtbank baseerde zich op een deskundigenrapport van een GZ-psycholoog.
In hoger beroep benoemde de Centrale Raad van Beroep een neuroloog als deskundige, die concludeerde dat betrokkene leed aan een postwhiplash syndroom met cognitieve beperkingen die haar ongeschikt maakten voor haar werk. De Raad volgde deze deskundige en oordeelde dat betrokkene op 25 januari 2006 niet geschikt was voor haar functie.
De Raad vernietigde het besluit van 24 mei 2006 en herroept het eerdere besluit van 24 november 2005. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot het betalen van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in hoger beroep. De bevindingen van meerdere deskundigen bevestigen de beperkingen van betrokkene, waardoor het geschil finaal is beslecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering is vernietigd en herroepen; betrokkene blijft recht houden op uitkering.