ECLI:NL:CRVB:2010:BO2761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en verlaging bijstandsuitkering in verband met zelfstandige aardappelhandelaar
Appellant, een bijstandsgerechtigde die een zelfstandige aardappelhandel exploiteerde, kreeg een verlaging van zijn bijstandsuitkering over januari 2008 opgelegd vanwege niet-naleving van de arbeidsverplichting. Het College herzag later de bijstand over 2007 en 2008, trok de bijstand per 1 januari 2008 in en vorderde ten onrechte kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlaging van bijstand ongegrond, maar vernietigde het besluit tot herziening en intrekking van bijstand en beval een nieuwe beslissing. Het College nam vervolgens een nieuw besluit waarbij de bijstand per kalendermaand werd vastgesteld en het terug te vorderen bedrag werd aangepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verlaging van bijstand alleen mogelijk is indien er recht op bijstand bestaat, wat na intrekking per 1 januari 2008 niet het geval was. Daarom was het besluit tot verlaging over januari 2008 onrechtmatig en moest het worden vernietigd. Daarnaast bevestigde de Raad dat bij de WWB geen verrekening van verwervingskosten met inkomsten plaatsvindt en dat de inlichtingenverplichting niet werd geschonden omdat appellant verplicht was zijn inkomsten tijdig te melden.
De Raad verklaarde het hoger beroep tegen de herziening en intrekking van bijstand gegrond, vernietigde het besluit van 27 mei 2008, herroept het primaire besluit van 17 januari 2008 en wees een vergoeding toe voor gemaakte proceskosten. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 3 februari 2010 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van bijstand over januari 2008 wordt vernietigd en het beroep tegen de herziening en intrekking van bijstand over 2007 wordt gegrond verklaard.