ECLI:NL:CRVB:2010:BN9773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugvorderingsbedrag TRI-uitkering na herziening WAO-uitkering
Appellante ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Na een herbeoordeling werd deze uitkering per 19 maart 2007 herzien naar 25-35%, waarna zij bezwaar maakte. Tegelijkertijd ontving zij een tegemoetkoming uit hoofde van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI).
De WAO-uitkering werd uiteindelijk bij besluit van 26 juni 2007 hersteld naar de oorspronkelijke mate van arbeidsongeschiktheid (35-45%). Het UWV stelde daarop de TRI-uitkering met terugwerkende kracht vast op een lager bedrag en vorderde het te veel betaalde bedrag terug. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat zij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de rechtmatigheid van de ontvangen TRI-uitkering. De Raad oordeelde echter dat het UWV terecht de terugvordering toepaste omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor de TRI-uitkering en er geen schriftelijke toezeggingen waren die haar vertrouwen konden rechtvaardigen.
De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de terugvordering betrof, omdat het UWV had nagelaten het terugvorderingsbedrag correct vast te stellen op netto in plaats van bruto bedrag. De Raad stelde het terugvorderingsbedrag vast op €9.230,62 netto en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag van de TRI-uitkering wordt netto vastgesteld op €9.230,62 en het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen.