ECLI:NL:CRVB:2010:BN0903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als caissière, viel sinds mei 1999 uit wegens rug- en beenklachten en ontving vanaf mei 2000 een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. In april 2007 besloot het UWV haar uitkering in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid was gedaald tot onder de 15%. Dit besluit werd in december 2007 bevestigd na bezwaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsongeschiktheid voldoende was vastgesteld. Appellante werd medisch onderzocht in Duitsland door een orthopeed en een neuroloog, die concludeerden dat zij geschikt was voor haar maatgevende arbeid en andere functies onder bepaalde randvoorwaarden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren verergerd en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was geweest. De Raad overwoog echter dat deze gronden reeds waren behandeld en gemotiveerd verworpen door de rechtbank. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en zag geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid.