ECLI:NL:CRVB:2010:BN0226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en onvoldoende onderbouwing functiebelasting
Betrokkene, voormalig timmerman, meldde zich arbeidsongeschikt met klachten aan nek, rug, heup en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk vanwege onvoldoende motivering van de geschiktheid van de geselecteerde functie van wikkelaar.
Het UWV ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de arbeidskundige component van een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. De Raad oordeelt dat de medische geschiktheid van de functie van wikkelaar onvoldoende is toegelicht, met name het handelingstempo en de precisie die de functie vereist, terwijl betrokkene beperkt is in werk met hoog handelingstempo.
Omdat het UWV bij het vervallen van de functie van wikkelaar ook reservefuncties kan overwegen, kan de Raad het geschil niet definitief beslechten. Daarom wordt het UWV opgedragen een nader arbeidskundig onderzoek te verrichten en het besluit te herzien binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
Uitkomst: De Raad draagt het UWV op een nader arbeidskundig onderzoek te verrichten en het besluit binnen zes weken te herzien.