ECLI:NL:CRVB:2010:BM9914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zonder nieuwe feiten
Appellant had een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend gekregen met een mate van 55 tot 65%. In 2005 werd deze uitkering herzien naar 35 tot 45%, een besluit dat na een eerdere uitspraak van de Raad in rechte onaantastbaar werd verklaard. Het UWV weigerde in 2007 terug te komen op dit besluit, omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen.
Appellant stelde in hoger beroep dat er wel nieuwe medische feiten waren die een andere beoordeling van zijn belastbaarheid rechtvaardigden, en dat de vastgestelde datum van toename van arbeidsongeschiktheid (21 mei 2007) niet juist was onderbouwd. De Raad oordeelde dat de rechtbank deze gronden afdoende had gemotiveerd en dat het dossier geen aanwijzingen bevatte voor een eerdere toename van de arbeidsongeschiktheid.
De medische rapportages, waaronder die van de reumatoloog en de verzekeringsarts, boden geen nieuwe feiten die een eerdere herziening rechtvaardigden. Het eerdere besluit van 2005 bleef daarmee onaantastbaar. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.