ECLI:NL:CRVB:2010:BM9913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 13 november 1992, waarin hem een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd geweigerd. Hij stelde dat na 1992 een nieuwe diagnose was gesteld, die niet was meegenomen bij de oorspronkelijke beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De door appellant overgelegde verklaring van zijn huisarts uit 2009 bood geen aanleiding om het besluit te herzien, omdat deze niet aantoonde dat er ten tijde van het oorspronkelijke besluit relevante nieuwe feiten of omstandigheden waren. De Raad benadrukte dat de ernst van de klachten niet anders werd door een gewijzigde diagnose en dat de oorspronkelijke beoordeling de psychische klachten reeds in kaart had gebracht.
De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het hoger beroep af, waarmee het besluit van het UWV stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op het besluit van 1992 blijft in stand.